afbeelding 20260707 074125 fbba1ab8 6243

Patricia, Bas & Stephanie

Een fijne omgeving om in te wonen

Wijkbeheerder Bas, woonconsulent Stephanie en sociaal wijkbeheerder Patricia vormen binnen Padua het team leefbaarheid. Naast hun overige taken werken ze nauw met elkaar samen op dit thema, ieder vanuit hun eigen specialisatie en achtergrond. We gaan met hen in gesprek over de definitie van leefbaarheid en ervaringen uit de praktijk.

Wat is leefbaarheid?

Bas: ‘Als wijkbeheerder ligt mijn focus op de fysieke leefbaarheid. Is het schoon, heel en veilig? Dat geldt met name voor de wooncomplexen, dus ik let vooral op de algemene ruimtes. Van de hal, bergingen en galerijen, tot het terrein eromheen.’ Patricia vult aan: ‘Dat geldt ook voor mij, maar ik kijk er dan vooral vanuit een sociaal oogpunt naar. Hoe gaan bewoners met elkaar om bij onenigheid of overlast, en hoe zou dat anders of beter kunnen? Ook dát draagt bij aan leefbaarheid. Het is meer dan woongenot en woonplezier. We proberen er ook te zijn als mensen plotseling in een lastige of onveilige situatie terechtkomen; financieel of bij andere veranderingen die invloed hebben. Dan kunnen we mogelijk via andere partijen passende hulp of zorg inschakelen.’ Gaat het om leefbaarheid en complexe situaties of juridische vraagstukken, dan is Stephanie aan zet. ‘Ik kan niet één definitie van leefbaarheid geven. Het is eigenlijk heel individueel; wat past bij jou en wat vind jij als bewoner belangrijk? Dat kan de huisarts om de hoek zijn, de nabijheid van een park of bos, maar ook die schone woonomgeving. Want vuil trekt vuil aan, dat werkt echt zo.’ Bas vult aan: ‘Dan stapelen de problemen zich letterlijk en figuurlijk op.’

Meer op zichzelf

Vroeger had je wijken waar de meeste moeders thuis waren en de kinderen op straat speelden. Dat beeld is totaal veranderd. Stephanie: ‘Veelal werken tegenwoordig allebei de ouders, en gaan de kinderen naar de opvang. Dus overdag er is veel vaker niemand thuis. Ik denk wel dat wonen daardoor wat anoniemer is geworden.’ ‘Dat is niet goed of slecht, maar gewoon een constatering,’ vult Patricia aan. ‘Kinderen kunnen heel verbindend werken in een buurt. Ouders die even op het kind van een ander letten omdat die even boodschappen doet. Dat soort dingen gaat niet meer vanzelf. En bovendien spelen kinderen überhaupt veel minder op straat.’ Daarnaast ziet het team dat een mix van leefstijlen ook niet altijd voor begrip zorgt. Patricia: ‘Juist dán is het belangrijk dat buren zich realiseren dat niet iedereen zich bewust is dat hun leefwijze irritatie oplevert bij een ander. Dus ga met elkaar in gesprek en stel vragen.’  Datzelfde geldt voor wooncomplexen waar heel veel verschillende leeftijden bij elkaar wonen. ‘Daar wordt soms erg op elkaar gelet. En alles wat niet bevalt, wordt bij ons gemeld. Een beetje meer begrip en verdraagzaamheid zou fijn zijn.’ Bas: ‘Praat eens mét elkaar en niet óver elkaar, zo zeggen we dat vaak hier op kantoor.’  ‘Mensen vinden het lastig om elkaar aan te spreken bij vragen of problemen,’ zegt Stephanie. ‘Ze zijn vaak bang voor de reactie.’ Patricia: ‘Onbekend maakt onbemind. Ze kennen elkaar niet, maar verwachten wel dat ík ernaartoe ga. Maar ik ken ze meestal ook niet.’

Aandacht voor positieve verhalen

Stephanie: ‘Over het algemeen horen wij als team vooral de negatieve verhalen; waar het misgaat en er sprake is van overlast. In dat soort situaties werken we overigens nauw samen met partijen waarmee we in het zorgnetwerk van de gemeente Noordwijk zitten. Met elkaar zoeken we naar oplossingen. Gaat het daarentegen goed in een wijk, dan hoor je de mensen meestal niet. Terwijl er ook echt mooie verhalen zijn om te delen.’ De voorbeelden die het drietal noemt gaan over een gezinshereniging, waar het gezin eindelijk weer compleet was en dolgelukkig met hun gezamenlijke woning. De buurman die met een statushouder meekwam naar een gesprek met Padua. Hij vertaalde en zorgde dat de nieuwkomer al zijn vragen kon stellen. De buurvrouw die meeging naar de bibliotheek, om te laten zien wat het is en hoe het werkt. En de jonge jongen die even een boodschapje deed voor zijn oudere buurman in het wooncomplex.  

Beter een goeie buur…

Wat zouden bewoners zelf kunnen bijdragen? Stephanie: ‘Als ze leuke ideeën hebben om met hun buren iets in de wijk te organiseren, dat ze ons daarbij betrekken. Misschien kunnen wij een stukje helpen of samen met Welzijn Noordwijk een rol spelen.’ Bas: ‘Daar sluit ik me bij aan. Verder zou ik graag willen dat mensen wat meer begrip hebben voor elkaar. Wat verdraagzamer zijn. Niet iedereen is hetzelfde… Je kan elkaar soms beter negeren in plaats van je vreselijk op te winden over het gedrag van een ander.’ ‘Beter een goeie buur dan een verre vriend,’ zegt Patricia. ‘Dus dat is ook een beetje mijn oproep; wees allemaal wat positiever en liever voor elkaar.’ De teamleden hebben daar wel suggesties voor: groet elkaar, drink eens een kop koffie met je buren, help de ander met een klusje of vraag gewoon eens hoe het gaat. Je buren wat beter kennen en omzien naar elkaar draagt zeker bij aan meer leefbaarheid, en dus aan fijner wonen. Gelukkig zijn er ook heel wat bewoners die dit dagelijks al in de praktijk ervaren.


Dit moeten we koesteren

Anneke Allewijn, directeur-bestuurder van Padua, benadrukt hoe trots ze is op de saamhorigheid in Noordwijkerhout en De Zilk. ‘Als corporatie ervaren we dagelijks in de praktijk de enorme betrokkenheid van bewoners en het sterke verenigingsleven binnen beide kernen. Hier ziet men werkelijk nog naar elkaar om. In grootstedelijke gebieden ben ik dat, vanuit eerdere functies, echt wel anders gewend. Dus laten we vooral niet vergeten, naast alles wat er kan worden verbeterd, te koesteren wat goed gaat. Dus trots te zijn op hoe Noordwijkerhouters en Zilkers de dingen gewoon onderling regelen en fijn met elkaar samen wonen. Daardoor gaat heel veel ‘vanzelf’ goed.’