Over de drempel
Over de drempel bij… Willy Gillissen
1. Iets meer over jezelf
Ik ben Willy Gillissen, 74 jaar. Samen met mijn man John woon ik in de Victorwijk in Noordwijkerhout. Mijn wieg stond in Rotterdam, maar in 1990 zijn we voor Johns werk deze kant op verhuisd. Eerst hebben we 2 jaar in De Zilk gewoond, wat een behoorlijke overgang was na de grote stad. Daarna, inmiddels hadden we 2 kinderen, zijn we verhuisd naar een huurwoning van Padua in Noordwijkerhout.
2. Ingeschreven bij Padua
Je kunt het je niet meer voorstellen, maar in die tijd stonden we helemaal niet ingeschreven. Na een gesprek met de wethouder over de mogelijkheid om te verhuizen naar een grotere sociale huurwoning in Noordwijkerhout kregen we deze eengezinswoning toegewezen. Een huis waar we ons gelijk welkom voelden. De woning ligt rustig en we hebben best een grote tuin, wat heel fijn is voor de hobby van mijn man. De kinderen zijn inmiddels het huis uit, en wij wonen hier nog steeds prima. Natuurlijk moesten we als stadsmensen echt wel even wennen aan het dorpse, maar dat heeft niet lang geduurd.
3. Hoe is het hier wonen?
We voelen ons hier thuis. Al sinds het begin hebben we contact met de buurt en de buren en zijn er ook echt vriendschappen ontstaan. Als huurder ben ik 12 jaar lang voorzitter geweest van de Stichting Huurdersbelangen, dus ook vanuit die rol was ik heel actief. Verder doe ik vrijwilligerswerk en ben ik samen met John ambassadeur van de Lief en Leedstraat: een mooi initiatief van Welzijn Noordwijk, ondersteund door Padua. Je bent er voor je buren bij ziekte, verhuizing, geboorte of overlijden… Dus op goede en minder goede momenten.
4. Betrokken bij de buurt
John en ik zijn op allerlei manieren sterk betrokken. Natuurlijk door er gewoon te wonen en als buurtbewoners om te zien naar elkaar. Noordwijkerhout is van oorsprong een traditioneel bollendorp. Ons kent ons… Terwijl we in deze tijd in een soort transitieproces zitten. Na overlijden of vertrek van huurders zijn de nieuwe bewoners vaak statushouders, die onze taal nog niet spreken. Dat maakt mij niks uit; waar ze ook vandaan komen, het zijn allemaal mensen. Maar oorspronkelijke huurders kunnen wél moeite hebben met die verandering van huurderspopulatie en in de weerstand schieten. Wat mij betreft is het te makkelijk om te zeggen dat ze dat niet moeten doen: ieders geluid mag er zijn. Maar ik ga wel het gesprek erover aan, zowel met de nieuwkomers als de oorspronkelijke huurders. Ik praat en vraag en maak contact. Mensen moeten elkaars cultuur respecteren en zich verhouden. En dat begint met kleine stapjes toenadering. Zeg elkaar gewoon eens gedag en ervaar dan maar wat er gebeurt. Voor alle duidelijkheid, het gaat niet om mijn mening hè. Je wordt er zó’n rijk mens van als je er met een open houding en warm hart instaat.
5. Vragen of tips voor Padua
Het contact met Padua is heel goed. Die weten wel wat ik zou willen: ik ben een voorstander van meer buurt- en wijkinitiatieven. Maar dan niet alleen met huurders van Padua, maar in een mix met bewoners van koopwoningen. De buurt houdt toch niet op bij het soort woning waar je in woont? Ik denk juist dat de betrokkenheid van allerlei mensen enorm belangrijk is. Wonen is emotie en we moeten het toch echt met elkaar doen. Dus alles valt en staat met bewoners die geloven in gezamenlijke initiatieven, waar de buurt beter van wordt. Waardoor we met elkaar fijn kunnen blijven wonen.
Heel soms word ik er wel een beetje moedeloos van, we hebben meer betrokken kartrekkers nodig. Het is een proces van de lange adem. En misschien heb ik wel een erg optimistisch wereldbeeld, maar dat kan en wil ik niet loslaten. Ik ben zwaar tegen segregatie en dehumanisering: de buurt zie ik als een ecosysteem en verlengde van de zorgzame samenleving. Daar moeten we met elkaar gewoon iets moois van blijven maken, ook in tijden waarin er veel verandert.

